KONINGIN ASTER

by Louisa May Alcott · from Bloemensprookjes van Tante Jo

fairy tale transformation hopeful Ages 8-14 2545 words 12 min read
Cover: KONINGIN ASTER

Adapted Version

CEFR A1 Age 5 326 words 2 min Canon 100/100

Long ago, many flowers lived in a green meadow. Tall, yellow Goldenrods ruled. They ruled for a long time. They were strong. They were very proud. No one said no to them.

But one day, Asters had a new idea. Some Asters lived near the road. They saw new things. They heard new things. They told other Asters. They said, "Let's have a Queen!" They chose Violet-Aster. She was a good flower.

Prince Goldenrod did not like this. The red flowers did not like this. The blue flowers did not like this. They laughed at the Asters. They said, "No Queen!" They wanted Prince Goldenrod. He was their Prince.

Then it was time to choose. The wind asked for votes. Many flowers voted for Violet-Aster. The Asters voted for her. The Clover flowers voted for her. The Cup flowers voted for her. The Big Rock voted for her. The Maple Tree voted for her. Violet-Aster won. All were surprised.

Violet-Aster was the new Queen. Prince Goldenrod was very angry. The red flowers were angry. The blue flowers were angry. They did not like it. They stayed away. They said mean things.

Violet-Aster was Queen now. She ruled with kindness. Big Rock helped her. Maple Tree helped her. She made bad things go away. She helped silly bees be good. She stopped ants from fighting. She stopped birds from saying mean things. She made a place for sick flowers.

The meadow grew happy. It was safe and pretty. Other lands liked it. The yellow flowers saw this. They felt left out. They started to think. Prince Goldenrod watched her. He saw her kind heart. He stopped being proud.

One night, he sang a special song. He told Violet-Aster he liked her. He wanted to help her. Violet-Aster liked him too. She said, "Be my King!"

Next day, all flowers cheered. Prince Goldenrod and Violet-Aster ruled. They were a good team. They worked as one. All were happy.

Original Story 2545 words · 12 min read

KONINGIN ASTER.

Cover

Vele seizoenen lang hadden de Goud-roede’s over het veld geregeerd, en dacht niemand er ooit aan, een Koning uit eenig ander geslacht te kiezen, want dezen waren krachtig en schoon en heerschten gaarne.

Maar eens in het najaar gebeurde er iets, dat groote opschudding onder de bloemen teweegbracht. En werd voorgesteld een Koningin te nemen, iets ongehoords tot dusverre. Het begon bij de Asters; want eenigen groeiden buiten den muur, langs den weg, en zagen en hoorden dus wat er alzoo omging in de wijde wereld. Deze stevige planten vertelden die nieuwtjes aan haar betrekkingen binnen in den tuin; en zoo waren de Asters buitengewoon wijze en voortvarende bloemen geworden, van de kleine witte sterretjes in het gras af, tot aan de groote struiken, die met purperen kronen boven den bemosten muur uit kwamen kijken.

„In de wereld gaan de dingen vooruit, en het wordt tijd, dat wij in onze kleine wereld ook verandering brengen,” zeide een der langs den weg groeiende Asters, nadat zij lang gepraat had met den voorbijtrekkenden wind. „De zaken in onze weide gaan niet voordeelig onder het bestuur der Goud-roede’s, want—zooals hun naam reeds aanduidt—zij geven alleen om geld en macht. Wij echter stammen van de sterren af, en wij zijn wijs en braaf, en ons geslacht is zelfs nog machtiger dan dat der Goud-roede’s; het is dus niet meer dan eerlijk, dat wij op onze beurt ook eens regeeren.

„Weldra breekt de tijd der verkiezing aan, en ik stel voor onze statige nicht, Violet-Aster, dit jaar tot Koningin te benoemen. Wie dit met mij eens is, moet Ja! roepen.”

Eenparig riepen de Asters Ja! en de late Klavers en Boterbloemen voegden hun stem daarbij, want zij waren eerlijke, verstandige bloemen, die gaarne hun plicht deden.

Tot hun vreugde zeide ook de Vingerhoedplant Ja! en dit maakte grooten indruk, want die familie was zeer in eere.

Maar de trotsche Cardinaal bij de beek bloosde van schaamte over het denkbeeld van eene Koningin; de Gentiaansterretjes sloten de blauwe oogjes, om die brutale Asters niet te zien en Clematis viel flauw in het gras, zoozeer was zij geërgerd.

De Goud-roede’s lachten smadelijk, en bespotten het denkbeeld hen van den troon te stooten, dien ze zoolang bezet hadden.

„Laat die ontevreden Asters het gerust beproeven,” zeiden zij. „Niemand zal die dwaze Violet-Aster verkiezen, en de dingen zullen net eender blijven voortgaan, als zij altijd geweest zijn, lieve vrienden; maakt u dus niet ongerust, maar helpt ons, onzen fraaien neef te verkiezen, die dit jaar in het Paleis geboren is.”

Midden in het grasveld stond een prachtige Ahornboom en aan den voet daarvan lag een Rotsblok, waarover wilde wijngaardranken zich slingerden. Allerlei soort van bloemen schoten op daar rondom; en dit najaar was een groote Goud-Roede1 naast een lieve Violet-Aster opgegroeid, met enkel een varenplant als een schutting tusschen hen beide. Deze hoek werd het Paleis genoemd; en ziende dat de Asters dáár door hun neef op het denkbeeld gebracht waren, zelven aan de beurt te zijn om te regeeren, stemden verscheidene der andere bloemen ook daarmeê in, en meenden, dat een verandering van bestuur in het belang van het rijk moest gemaakt worden.

Toen dus op den dag der verkiezing de wind rondging om de stemmen op te halen, was er groote opgewondenheid. De Goud-roede’s, Cardinalen, Gentianen, Clematis en Bitterzoeten2 stemden allen op den Prins, zooals ze den mooien Goud-roede bij het Rotsblok noemden. Al de Asters, Boterbloempjes, Klavers en Vingerhoeden stemden voor Violet-Aster; en tot verbazing van het geheele veld, gaf de Ahornboom ook een blaadje en het Rotsblok een takje mos voor haar. Zij bemoeiden zich anders zelden met de zaken van het bloemenvolk,—de boom omdat hij zoo hoog boven hen verheven was en met zijn eigen geruisch zich bezig hield, en het Rotsblok, omdat het zoo oud, en daarom meest in overpeinzingen verdiept was; maar het denkbeeld van een Koningin lachte hun toe (want de eerste was een dichter, de andere een wijsgeer), en beiden stelden vertrouwen in de zachte Violet-Aster.

Zij behaalden de overwinning, en onder luid gejuich van haar vrienden werd zij tot Koningin van de weide uitgeroepen en welkom geheeten op den troon.

„Wij zullen nooit aan het Hof komen, of haar eenige aandacht schenken,” zeiden de fiere Cardinalen, rood van woede.

„Wij ook niet! Zoo’n vreeselijk onvrouwelijk schepsel! Wij willen haar den rug toekeeren en dankbaar zijn, dat de beek tusschen ons en haar vloeit,” voegden de Gentianen er bij, even verontwaardigd.

Clematis verborg haar gelaat onder de wijngaardbladeren en zag in, dat het Paleis niet langer een geschikte woning was voor zoo’n fijne, hooggeboren bloem als zij. Al de Goud-roede’s raasden over deze vreeselijke teleurstelling, en zeiden veel leelijks en onwaars over Violet-Aster. De Prins stak zijn hoofd achter het schutje, de varenplant, en lachte alsof het hem niet schelen kon, onverschillig zeggende:

„Laat zij ’t maar beproeven; zij kan toch niet regeeren, en zal weldra blij zijn, het op te geven, en mij mijn eigen plaats weêr te laten innemen.”

Zoo was er verdeeldheid in het veld; de eene helft keerde der nieuwe Koningin den rug toe; de andere helft beminde, bewonderde, en vertrouwde haar; en allen wachtten af, om te zien hoe die proefneming zou afloopen. De wijze Asters hielpen haar met goeden raad, de Vingerhoed verkwikte haar met de geschiedenis van de dappere Puriteinen, die de vrijheid en het recht liefhadden en alles er voor over hadden om die te winnen; de brave Klavers verzoetten haar het leven, door hun vriendschap, en de vroolijke Boterbloempjes verheugden haar, door vriendelijke daden en woorden. Maar de beste hulp kreeg zij van het Rotsblok en den Ahornboom,—want als zij kracht noodig had, leunde zij haar teêre hoofdje tegen de ruwe borst van het Rotsblok, en haar moed werd verlevendigd door de aanraking van dien ouden steen, die de stormen van eeuwen reeds getart had; als haar hart bezwaard was door zorg, of gewond door onvriendelijke bejegening, zag zij opwaarts naar den mooien boom, die steeds welluidend ruischte en steeds ten hemel wees; en die kijkjes in een wereld boven haar vertroostten haar.

Het eerste wat zij deed, was de vergiftige Adders uit haar koningrijk te verbannen, want zij verlokten de onschuldige vogeltjes en doodden ze, zoodat zij menig gelukkig nest met droefheid vervulden. Toen belette zij de bijen, zich langer dronken te drinken aan wilde wijngaardbloesems, omdat zij daardoor dof, lui en knorrig werden, ten schande hunner familie en tot schrik van de bloemen. Zij beval aan de veldmuizen, al de stammetjes door te knagen vóór ze rijp waren, zoodat ze afvielen en verlepten en geen kwaad deden. De Wijngaard was heel boos, en de bijen en wespen bromden en staken; maar de Koningin was niet bang, en al haar goede onderdanen waren haar dankbaar. De Vingerhoed zamelde zuiver water in zijne kelkjes voor de nijvere diertjes en de verstandige bijen verheugden zich hartelijk, dat de wijngaardkroeg voor hen gesloten was.

Haar volgende taak was een eind te maken aan den eindeloozen strijd tusschen de roode en de zwarte mieren; want zij vochten altijd, tot groot verdriet van vreedzamer insekten. Zij beval, dat elke soort van mieren in haar eigen land zou blijven en als zich een twistvraag opdeed, dat ze die dan aan haar zouden voorleggen, dan zou zij als rechtvaardige scheidsrechter uitspraak doen in ’t geval. Dit was geen gemakkelijke taak, want de mieren waren heel strijdlustig en vochten nog, als hun koppen reeds van hun lichamen gescheiden waren. Maar zij bewerkte ten laatste, dat deze vijanden vrienden werden, en iedereen was er ten slotte blij om.

Nog een verbetering was de zuivering van de nieuwtjes die de weide bereikten. De wind was telegraafbode; maar de vogels brachten de tijdingen aan, en sommigen van hen waren zeer bedorven. De Leeuweriken brachten berichten uit de wolken, en waren altijd welkom; de Lijsters uit het bosch, en allen hoorden gaarne hun mooie romannetjes; de Roodborstjes hadden huiselijk nieuws en de levendige Winterkoningjes hadden praatjes en geestige grappen te vertellen. Maar de Eksters deden veel kwaad met hun booze tongen en leelijke verhalen, en de Kraaien veroordeelden en berispten iedereen, die niet geloofde en handelde geheel zooals zij; den Eksters werd dus verboden door het veld te loopen babbelen, en de sombere zwarte Kraaien mochten niet langer op de heining uren lang zitten krassen, zooals hun liefhebberij was.

Iedereen gevoelde zich veilig en genoegelijk gestemd, toen die maatregelen genomen waren, behalve de Cardinalen, die het prettig vonden, als hun fraaie kleêren en schitterende feesten besproken werden, en de Goud-roede’s, die zoo gewoon waren aan het leven in ’t publiek, dat zij de opwinding misten, en de lasterpraatjes van de Eksters, zoowel als de politieke en godsdienstige vertogen en twisten van de Kraaien.

Er werd een hospitaal voor zieke en havelooze schepselen geopend onder de groote bladen van een Rabarberplant; en daar werden vele late kapellen in zijden hangmatjes te slapen gelegd tot de lente; daar vond een bedroefde bladluis, die al haar kinderen verloren had, troost in hare eenzaamheid en vele verminkte mieren zaten in den zonneschijn na te praten over hun vroegere gevechten, als echte veteranen.

Er was veel tijd noodig, om al die zaken in orde te brengen, en het was een moeilijke taak, want de rijke en machtige bloemen gaven geen hulp. Maar de Asters werkten dapper, ook de Klavers en Boterbloemen; en de Vingerhoed hield open tafel, met de ouderwetsche gastvrijheid, die men zoo zelden ziet tegenwoordig.

Alles ging even voordeelig, en het veld werd met den dag mooier. Thans bevrijd van hun vijanden, de Adders, kwamen de vogels nesten bouwen in alle boomen en struiken, en zongen zoo liefelijk, uit dankbaarheid, dat de lucht altijddoor vervuld was van muziek.

De zonneschijn en de regenbuien verfrischten de dorstige bloemen en hielden het gras groen, totdat alle planten even sterk en mooi waren en de voorbijgangers stilstonden om te kijken, met een glimlach zeggende:

„Wat is dit een heerlijk plekje!”

De wind bracht het bericht van dezen toestand aan andere volkplantingen en bracht boodschappen van lof en welwillendheid mede van andere vorsten, blijde, dat deze proefneming zoo goed gelukt was.

Dit maakte diepen indruk op de Goud-roede’s en hun vrienden, want zij konden niet loochenen, dat Violet-Aster beter geslaagd was dan iemand had durven hopen; en de trotsche bloemen begonnen in te zien, dat zij genoodzaakt zouden zijn de minsten te zijn, te bekennen dat zij ongelijk hadden gehad, en trouwe onderdanen te worden van deze wijze en zachte Koningin.

„Wij zullen aan het Hof moeten verschijnen, als er zooveel gezanten blijven komen met geschenken en eerbewijzen voor Hare Majesteit; want zij zijn verwonderd ons daar niet aan te treffen, en zullen nog uitstrooien, dat wij in huis zitten te kniezen, in plaats van te schitteren, zooals wij alleen dat kunnen,” zeiden de Cardinalen, verlangend om hun rood fluweelen kleederen ten toon te spreiden op de feesten, die Violet-Aster verplicht was te geven in het Paleis, wanneer Koningen haar kwamen bezoeken.

„Onze tijd zal spoedig voorbij zijn, en ik vrees, dat wij ons wel dienen te vernederen, als we niet alle genoegens van het jaargetijde willen verliezen.”

„Het valt wel hard, om alle goede, oude gebruiken veranderd te zien; maar als het toch zoo zijn moet, kunnen wij niet beter doen, dan ons goedschiks te onderwerpen,” antwoordden de Gentianen en streken haar fijne blauwe franjes glad, begeerig weêr de schoonen van het bal te zijn.

Clematis verbaasde iedereen, door te beginnen op te klimmen tegen den Ahornboom, en haar zilveren kwastjes boven het hoofd der Koningin ten toon te spreiden.

„Ik kan niet zoo dicht bij haar leven, zonder er grooter door te worden. Daar ik mij altijd aan iets moest vastklemmen, kies ik het edelste dat ik vinden kan, en zie liever altijd opwaarts dan nederwaarts,” zeide zij; want, evenals vele zwakke bedeesde schepseltjes, werd zij gemakkelijk geleid, en was het heilzaam voor haar, dat Violet-Aster haar een goed voorbeeld had gegeven.

Prins Goud-roede had het onmogelijk bevonden geheel afkeerig te blijven van Hare Majesteit, want hij had een waarlijk edel hart onder zijn gelen mantel; hij was dus onder de eersten, die de nederige, trouwe bloem, zoo nabij hem groeiend, zagen, bewonderden en liefhadden. Hij kon niet nalaten haar woorden van troost of vermaning te hooren tegen degenen, die tot haar kwamen om raad. Hij zag haar dagelijksche liefdedaden, die niemand anders ontdekte; hij wist hoeveel beproevingen zij uit te staan had, en hoe dapper zij die verdroeg; hoe nederig zij zelve om raad vroeg, of haar tekortkomingen bekende aan de wijze Rots en den statigen Ahornboom.

„Zij heeft meer gedaan, dan een onzer ooit deed, om het koningrijk mooi en veilig en gelukkig te maken, en ik wil de eerste zijn, om dat te bekennen, haar te danken en mijn steun haar aan te bieden,” zeide hij bij zichzelf en wachtte slechts een goede gelegenheid daarvoor af.

Eens op een mooien Septemberavond, terwijl de maan de weide helder bescheen, en de laatste zonnewarmte nog in de lucht hing, waagde de Prins het met zijn windharp een serenade te brengen aan de Koningin. Hij wist, dat zij wakker was, want hij had door reten van de varenplanten gekeken, en gezien, dat zij naar de sterren stond te kijken, met haar violetkleurige oogen vol dauwtranen, alsof er iets was, dat haar hinderde. Hij zong dus zijn mooiste liedje en Hare Majesteit boog zich naar hem toe, om er naar te luisteren; want zij verlangde vurig goede vrienden te zijn met den galanten Prins, en wachtte slechts tot hij ’t eerst sprak, om hem te bekennen hoe dierbaar hij haar was, omdat zij beide in het Paleis waren geboren en heel gelukkig samen opgegroeid, totdat de tijd van de kroning was gekomen.

Toen hij ophield met zingen, zuchtte zij, en was nieuwsgierig, hoe lang het nog duren zou, eer hij haar vertelde wat zij wist, dat in zijn hart was.

Goud-roede hoorde dien zwakken zucht, en daar hij in een aandoenlijke stemming was, vergat hij zijn trots, schoof het schutje weg, en fluisterde, terwijl zijn gezicht straalde, en zijn stem aantoonde hoe vol gevoel hij was:

„Wat deert u, lieve buurvrouw? Vergeet en vergeef mijn onvriendelijkheid, en laat mij toe u te helpen, als ik kan,—ik durf niet zeggen: als Prins-Gemaal, hoewel ik u teeder bemin; maar als vriend en trouw onderdaan, want ik beken, dat gij geschikter zijt om te regeeren dan ik.”

Terwijl hij sprak gingen de blaadjes, die Violet-Aster’s gouden hart bedekten, wijd open, en toonden hem hoe verheugd zij was, terwijl zij haar fiere hoofd boog en zachtkens antwoordde:

„Er is wel plaats voor twee op den troon: deel dien met mij als Koning, en laat ons te zamen regeeren; want zonder liefde is het eenzaam, en de een heeft den ander noodig.”

Wat de Prins toen antwoordde, weet alleen de maan, maar toen de morgen aanbrak was het geheele veld verwonderd en blijde te zien, dat de gouden en de purperen bloem naast elkaar stonden, terwijl de Ahornboom hen met rooskleurige bladeren bestrooide en het oude Rotsblok met zijn kroon van wijngaardranken wuifde, terwijl hij zeide:

„Nu is het, zooals het behoort: als liefde en kracht gepaard zijn, zal gerechtigheid de aarde verheugen.”


1 Soort van gele kattenstaart. 

2 Soort van appels. 


Story DNA

Moral

True leadership is characterized by wisdom, kindness, and a commitment to the well-being of all, and even the proudest hearts can be softened by genuine goodness.

Plot Summary

For generations, the proud Goldenrods have ruled the meadow, but a new movement led by the wise Asters proposes electing a Queen. To the Goldenrods' dismay, the humble Violet-Aster wins the election and begins to transform the meadow into a harmonious kingdom through her benevolent reforms. Initially scorned, her success and kindness gradually win over the dissenting factions, culminating in Prince Goldenrod setting aside his pride to confess his admiration. Violet-Aster, who secretly loved him, invites him to share the throne, uniting their families and bringing lasting peace and justice to the land.

Themes

leadershipprejudicecooperationlove

Emotional Arc

conflict to harmony

Writing Style

Voice: third person omniscient
Pacing: moderate
Descriptive: lush
Techniques: personification, allegory

Narrative Elements

Conflict: person vs person
Ending: happy
Magic: talking flowers, sentient trees and rocks, personified insects and animals
Goldenrod (pride, established power)Aster (humility, wisdom, new leadership)Maple Tree and Rock (wisdom, stability, nature's endorsement)

Cultural Context

Origin: American
Era: timeless fairy tale

Louisa May Alcott was an American author known for her moralistic and domestic tales, often featuring strong female characters and themes of virtue and self-improvement. This story reflects those values through the personification of flowers.

Plot Beats (14)

  1. The Goldenrods have long ruled the meadow, unchallenged and proud.
  2. Asters, having learned from the outside world, propose electing a Queen, nominating Violet-Aster.
  3. The Goldenrods and their allies mock the idea and nominate their own Prince.
  4. During the election, Violet-Aster wins, supported by the Asters, humble flowers, and surprisingly, the Maple Tree and Rock.
  5. The defeated Goldenrods, Cardinals, and Gentians refuse to acknowledge Queen Violet-Aster, isolating themselves and spreading negativity.
  6. Violet-Aster, with the support of her loyal subjects and the wisdom of the Rock and Maple Tree, begins to rule benevolently.
  7. She banishes harmful creatures (Adders), curbs destructive behaviors (bees getting drunk), and resolves conflicts (ant wars).
  8. She purifies the news brought by birds, silencing gossipers (Magpies) and critics (Crows), and establishes a hospital for the needy.
  9. The meadow flourishes under her rule, becoming safe, beautiful, and harmonious, earning praise from other kingdoms.
  10. The proud Goldenrods and their allies, seeing the success and their own diminishing influence, begin to reconsider their stance.
  11. Prince Goldenrod, having secretly observed Violet-Aster's kindness and wisdom, is moved to set aside his pride.
  12. On a moonlit evening, Prince Goldenrod serenades Violet-Aster, confesses his admiration, and offers his support as a friend and loyal subject.
  13. Violet-Aster, who had secretly loved him, accepts his offer and invites him to share the throne as King.
  14. The next morning, the entire meadow rejoices as the Goldenrod and Aster stand united, symbolizing the triumph of love, strength, and justice.

Characters

✦

Violet-Aster

flower (Aster) young adult female

A delicate yet resilient flower, she is described as 'lieve' (sweet) and 'zachte' (gentle). Her form is graceful, and she is capable of leaning her 'teêre hoofdje' (tender head) against the rough rock for strength. She has a 'gouden hart' (golden heart) which is revealed when she opens up.

Attire: As a flower, her 'wardrobe' is her natural form: a cluster of vibrant violet petals radiating outwards, surrounding a central 'golden heart' (yellow disc).

Wants: To bring positive change and just governance to the meadow, and ultimately, to unite the community through love and cooperation.

Flaw: Her tenderness and initial perceived lack of 'power' compared to the Gold-rods. She can be lonely and longs for companionship.

She transforms from a proposed candidate into a wise and beloved Queen who successfully unites the divided meadow. She learns to embrace her strength and vulnerability, ultimately finding love and partnership.

Her vibrant violet petals surrounding a radiant golden heart, symbolizing her gentle nature and inner strength.

Wise, gentle, brave, humble, and loving. She is driven by a desire for justice and the well-being of her community, and she is capable of enduring hardship with dignity.

✦

Gold-rod Prince

flower (Goldenrod) young adult male

A 'prachtige' (magnificent) and 'mooie' (beautiful) flower, embodying strength and a regal presence. He has a 'edel hart' (noble heart) beneath his 'gelen mantel' (yellow mantle).

Attire: His 'wardrobe' is his natural form: a dense cluster of bright golden-yellow florets, forming a 'gelen mantel' (yellow mantle) or plume.

Wants: Initially, to maintain the traditional rule of the Gold-rods and reclaim his perceived rightful place. Later, driven by admiration and love for Violet-Aster, he seeks to support her and unite the kingdom.

Flaw: His pride and initial dismissiveness of others, which prevents him from seeing Violet-Aster's true worth sooner.

He transforms from a proud antagonist who scoffs at the idea of a Queen into a humble and loving supporter, eventually becoming King and co-ruler with Violet-Aster.

His magnificent plume of bright golden-yellow florets, symbolizing his regal lineage and eventual radiant love.

Initially proud, dismissive, and somewhat arrogant, but possesses a truly noble heart. He is observant, capable of deep feeling, and eventually humble enough to admit his mistakes and offer support.

✦

The Maple Tree

tree (Maple) ageless non-human

A 'prachtige Ahornboom' (magnificent Maple Tree) standing tall in the middle of the grass field. It is 'hoog boven hen verheven' (raised high above them).

Attire: Its 'wardrobe' is its bark and leaves, changing with the seasons. In autumn, it has 'rooskleurige bladeren' (rosy leaves).

Wants: To observe and, when appropriate, support what it perceives as good and just leadership, especially when it aligns with poetic ideals.

Flaw: Its detachment due to its height and focus on its own 'geruisch' (rustling), leading to infrequent intervention.

Remains a steadfast, wise observer and supporter, its actions reflecting its approval of the new, loving reign.

Its towering height and the rustling canopy of its magnificent leaves, especially when showering rosy leaves.

Wise, poetic, and observant. It rarely interferes but offers its support when it deems it right, showing a discerning nature.

✦

The Rock

object (rock) ageless non-human

A large, ancient 'Rotsblok' (Rock) at the foot of the Maple Tree, 'ruwe borst' (rough chest). Wild grapevines 'slingerden' (wound) around it, forming a crown.

Attire: Its 'wardrobe' is its natural, moss-covered surface, adorned with wild grapevines.

Wants: To observe and, when appropriate, support what it perceives as good and just leadership, especially when it aligns with philosophical ideals.

Flaw: Its immobility and deep contemplation, leading to infrequent intervention.

Remains a steadfast, wise observer and supporter, its actions and pronouncements reflecting its approval of the new, loving reign.

Its ancient, moss-covered surface with wild grapevines winding around it like a crown.

Ancient, wise, philosophical, and steadfast. It rarely interferes but offers its support when it believes in a cause, providing strength and wisdom.

✦

The Cardinals

flower (Cardinal flower) adult non-human

Proud and fiery, they are described as 'trotsche Cardinaal' (proud Cardinal) and 'rood van woede' (red with anger). They have 'rood fluweelen kleederen' (red velvet clothes).

Attire: Their natural form is their 'rood fluweelen kleederen' (red velvet clothes), referring to their intensely red, velvety petals.

Wants: To maintain their social standing and display their beauty, initially by opposing Violet-Aster, later by reluctantly joining her court to avoid being overlooked.

Flaw: Their overwhelming pride and vanity, which makes them resistant to change and admitting fault.

They reluctantly move from outright opposition to grudging acceptance and participation in the new court, driven by vanity and a desire not to miss out on social events.

Their intensely red, velvety blooms, like 'red velvet clothes', symbolizing their pride and fiery temperament.

Proud, arrogant, easily shamed, and prone to anger. They value appearance and status highly.

✦

The Gentians

flower (Gentian) adult non-human

Delicate and refined, they have 'fijne blauwe franjes' (fine blue fringes) and 'blauwe oogjes' (blue eyes).

Attire: Their natural form is their delicate blue petals, described as 'fijne blauwe franjes' (fine blue fringes).

Wants: To maintain their dignity and traditional social order, and later, to participate in social events and be seen as 'schoonen van het bal' (beauties of the ball).

Flaw: Their snobbery and inability to accept change, coupled with a desire for social recognition.

They move from outright opposition and turning their backs to reluctant submission, driven by a desire to participate in the season's pleasures and maintain their social standing.

Their delicate blue petals, described as 'fine blue fringes', which they smooth when preparing for social events.

Indignant, refined, easily offended, and concerned with social graces and appearances. They are traditionalists.

✦

Clematis

flower (Clematis) young adult non-human

A 'fijne, hooggeboren bloem' (fine, high-born flower) with 'zilveren kwastjes' (silver tassels). She is weak and easily led.

Attire: Her natural form is her delicate petals and later her 'zilveren kwastjes' (silver tassels) which she displays.

Wants: Initially, to avoid unpleasantness and maintain her perceived high-born status. Later, to grow and improve herself by following a noble example.

Flaw: Her weakness and timidity, making her easily influenced and prone to flinching from conflict.

She transforms from an easily annoyed and timid flower who hides from change into one who actively seeks to grow and improve by clinging to the noble Maple Tree and following the Queen's example.

Her 'silver tassels' (seed heads) which she displays above the Queen's head, symbolizing her newfound aspiration.

Easily annoyed, delicate, timid, and impressionable. She is easily led but capable of positive change when given a good example.

Locations

The Meadow Edge by the Road

transitional Autumn, with passing winds

An area outside a garden wall, along a road, where some Asters grow. This location offers a view of the wider world beyond the garden.

Mood: Informative, observant, a place of new ideas and gossip

The Asters growing here hear news from the wider world and propose the idea of a Queen, sparking the central conflict.

garden wall road Asters growing along the road passing wind

The Palace (Maple Tree and Boulder)

outdoor varies, including a bright September evening with moonlight Autumn, with the last warmth of the sun lingering, clear moonlit nights

A central spot in the meadow, at the foot of a magnificent Maple tree, where a large boulder is covered in wild grapevines. A large Goldenrod and a delicate Violet Aster grow side-by-side, separated only by a fern plant acting as a screen.

Mood: Initially a place of contention and division, later becoming a symbol of unity, love, and wisdom. It feels ancient and wise due to the boulder and tree.

This is the primary setting for the election, the Queen's reign, and the eventual reconciliation and union of the Goldenrod Prince and Queen Aster. It serves as the 'throne room' and 'court' for the flowers.

magnificent Maple tree large boulder wild grapevines on boulder Goldenrod flower Violet Aster flower fern plant (as a screen) grass field

The Wider Meadow

outdoor varies, from election day to sunny days and moonlit nights Autumn, with sunshine and refreshing rain showers, eventually becoming beautiful and safe

The entire field surrounding the 'Palace', inhabited by various flowers, birds, and insects. It is a place of political division and later, flourishing harmony.

Mood: Initially tense and divided, later joyful, harmonious, and thriving. It feels vibrant and alive.

This is where the political factions of the flowers reside and interact. It transforms from a place of discord to a flourishing kingdom under Queen Aster's rule, attracting praise from other 'colonies'.

various flowers (Clovers, Buttercups, Cardinal flowers, Gentians, Clematis, Bitterswets) grasses birds and their nests in trees and bushes sunshine rain moonlight